Pagina's

woensdag 29 januari 2014

Rekenspel 40 Snelle Jelle

Groep:             5,6,7
Materiaal:        alle cijferkaarten van een kaartspel, zandloper of stopwatch

Domein:          getallen
Doel:               automatiseren van tafels
Vorm:              in tweetallen


De kinderen krijgen een stapeltje kaarten met de cijfers 1 tot 10. Deze kaarten worden met de rug naar boven gelegd. Van te voren bepaalt u welke tafel wordt geoefend.  Bijvoorbeeld de tafel van 7. Kind 1 draait de eerste kaart om, hierop staat bijvoorbeeld het cijfer 6. Beide kinderen moeten dan zo snel mogelijk het antwoord geven op de som 6 x 7. Het kind dat als eerste het juiste antwoord geeft, krijgt de kaart. Als beide spelers tegelijkertijd antwoorden dan wordt de kaart weer onderaan de stapel gelegd. Vervolgens draait de tweede speler een kaart om.
Wie heeft er na 3 minuten de meeste kaarten veroverd?

Variatie:
Vanaf eind groep 5 en begin groep 6 wordt er niet meer per tafel gespeeld, maar worden alle tafels door elkaar geoefend. De kinderen gooien tegelijkertijd een kaart op. De een gooit 5 en de ander 3. Kinderen oefenen dan 5 x 3. Wie het eerst de som weet mag de kaarten houden.


Tip:
Sterke rekenaars in groep 6 kun je ook in drietallen laten werken. Dat  kunnen ze deze  tafelsommen maken: 3 x 4 x 2.

Tip:
Voor de lol in het spel is het wenselijk dat kinderen wel een beetje aan elkaar gewaagd zijn.

Naar een idee van klasvanjuflinda klik hier   Op deze site zijn nog meer rekenspellen te vinden.

zondag 26 januari 2014

Rekenspel 39 Welk getal is weg?

Groep:             2,3,4,
Materiaal:        getallenkaartjes tot 10, tot 20, tot 100, evt. digibord
Domein:          getallen
Doel:               omgaan met de getallenrij
Vorm:              klassikaal, tweetallen



Je geeft een aantal kinderen een kaartje van een stukje van de getallenrij. Bv. 5,6,7,8,9.  De kinderen gaan in een rij op volgorde staan. De kinderen uit de kring bekijken de rij goed.  Dan doen de kinderen in de kring doen hun ogen dicht. Een van de kinderen uit de rij verstopt zich. Bv. achter kast in het lokaal. Welke getal ontbreekt nu?


Variatie:
Schrijf een rij getallen op het digibord en sla er een of meer over. De kinderen zitten in een hoefijzervorm. Leg op een bel op een kruk in het midden van de hoefijzer. Als de kinderen weten welk(e) getal(len) ontbreken drukken ze op de bel. Wie het eerst gebeld heeft mag het zeggen.


Variatie:
Het spel kan ook in tweetallen gespeeld worden. De getallenkaartjes liggen op een rij. Een van de kinderen draait zich om, zodat hij de kaartjes niet kan zien: de ander haalt 1 of 2 kaartjes weg. Welk(e) getal(len) is/zijn er weg? Als je het weet krijg je een punt!  Laat kinderen dit opschrijven door te turven. Dan wisselen de kinderen van rol. Na 10 keer is het spel voorbij. Hoeveel had iedereen goed?

Tip:
Maak ook een rij over een 10-tal heen. Veel kinderen vinden dat ook een lastig punt. Dus ook goed om extra te oefenen!

donderdag 23 januari 2014

Spreuk 5

"Natuur biedt een krachtige context voor spel en leren voor het jonge kind, 't is goed voor de ontwikkelingskansen, maar ook een mooie belofte voor later."

 
Waldo Schoonderwoerd
 
 

dinsdag 21 januari 2014

Rekenspel 38 Raad de bladzijde

Groep:             4,5,6
Materiaal:       een (dik) boek en  boekenlegger

Domein:          getallen
Doel:               inzicht in de getallenrij
Vorm:              klassikaal, tafelgroepje, in tweetallen



U neemt een boek en legt de boekenlegger ergens in het boek. Kinderen moeten door middel van vragen er achter komen tussen welke bladzijde de boeklegger ligt.
Stimuleer het stellen van vragen als: ligt de boekenlegger voor de 50? Een vraag als 50? is geen goede vraag. Als het kind het antwoord weet zegt het: het antwoord is tussen de 46 en 47. Het kind dat het goede antwoord weet, mag dan de boekenlegger in het boek leggen.

Tip:
Kinderen kunnen dit spel ook in het tafelgroepje spelen. Neem de tijd op. Degene die het snelst de bladzijde weet, heeft gewonnen.

zondag 19 januari 2014

Rekenspel 37 Tafels flitsen

Groep:             4,5
Materiaal:        kaartjes met tafelsommen
 
Domein:          getallen
Doel:               tafelsommen
Vorm:              klassikaal, tafelgroepje, tweetallen


Zie bij de materialen in de kolom aan de rechterkant! Daar vindt u een voorbeeld van tafelkaartjes. Deze kunt u kopieren.  Ga elke dag met deze kaartjes even in een flink tempo met de klas “flitsen”. Laat de kaartjes zien en de kinderen schrijven het antwoord op. De kinderen noteren in een notatielijst het aantal dat ze goed hebben. Zien ze zelf ook de vooruitgang? Het flitsen kan per tafel, maar ook met meerdere tafels door elkaar.

Tip:
Flits ook eens keer op de strategieën. U houdt de kaartjes omhoog en kinderen zeggen niet het antwoord, maar welke strategie gebruikt kan worden om het antwoord te vinden. Bij het goed automatiseren van tafels is het van belang dat kinderen ook leren om de juiste strategieën te gebruiken.

Tip:
Laat kinderen in tweetallen zelf flitsen en laat ze dan met een stopwatch de tijd bijhouden.

Tip:
U kunt ook zoveel kaartjes maken als er kinderen zijn in de groep. Schrijf achterop het antwoord. Spel dan het spel binnen en buiten kring.


Tip:
U kunt ook flitskaarten maken en antwoordkaartjes. Speel dan het de werkvorm Mix en koppel.

Tip:
Natuurlijk zijn er leuke(gratis) apps om te oefenen. Maar soms is even een andere vorm weer een stimulans. Daarom kunt u de kaartjes mee naar huis geven en vragen of ouders dit met kinderen doen. Bovendien zien ouders hoe de kinderen omgaan met het automatiseren.

Variatie:
Uiteraard kunnen deze oefenvormen ook met sommen.

Link: tafeloefenkaart grafiek

Link: Schoolaanzet

Link: ppt tafels flitsen 1,2,10
Link: ppt tafels flitsen 3
Link: ppt tafels flitsen 4
Link: ppt tafels flitsen 5
Link: ppt tafels flitsen 6
Link: ppt tafels flitsen 7
Link: ppt tafels flitsen 8
Link: ppt tafels flitsen 9

zaterdag 18 januari 2014

Wat vind jij van dit blog??????

Het blog is bijna 5 maanden in de "lucht" en de teller loopt naar 8.000 views. Een mooi resultaat voor een blog met alleen rekenspellen!
We zijn benieuwd wat u van dit blog vindt.  Wilt u de kleine  enquête invullen in de zijbalk? Hebt u nog een tip voor ons? Meldt het via het contactformulier!
Dank u!
 
.
 

woensdag 15 januari 2014

Rekenspel 36 Vijftien

Groep:             6+,7,8
Materiaal:        papier met 9 vakjes en een pen

Domein:           getallen
Doel:                logisch denken en redenen
Vorm:               tweetallen

Boter, kaas en eieren kent iedereen. Een aardige rekenkundige variant van het spel is Vijftien. Maak een vierkant met 9 vakjes


 
 
 
 




 
 
 
 

Vijftien werd in 1956 bedacht door de wiskundige Ron Graham. Om beurten zetten de tegenstanders een getal tussen de een en de tien in een van de negen vakjes. De eerste speler heeft de beschikking over de oneven cijfers, 1, 3, 5, 7 en 9, de tweede speler mag de even cijfers 2, 4, 6 en 8 gebruiken.
Het kind dat erin slaagt het eerst een rij van drie getallen te maken met een som van 15 mag zich winnaar noemen. In de figuur kan de oneven speler, die nu aan de beurt is, winnen.
Het lijkt allemaal buitengewoon eenvoudig, maar wie het een paar keer heeft gespeeld, merkt dat er heel wat meer achter steekt. Anders dan bij Boter, kaas en eieren ligt er geen eenvoudige strategie voor de hand. Er zijn, dat is duidelijk, 9 verschillende openingszetten (bij Boter, kaas en eieren slechts 3), en in totaal 9.355.565 verschillende combinaties mogelijk.

Van: Hans van Maanen

Een reactie van Arjan van den Broek. Hij  heeft een gratis Android App gemaakt voor dit spel.
Klik voor de link: hier

zondag 12 januari 2014

Taxonomie van Bloom met goede rekenaars

Tegemoet komen aan de onderwijsbehoefte van goede rekenaars met de taxonomie van Bloom:
Kinderen leren op verschillende niveaus. Het is de kunst als leerkracht te proberen de kinderen op verschillende niveaus te bedienen. Zorgkinderen in de rekenles hebben we tegenwoordig goed in beeld en door de verlengde instructie kunnen we deze beter bedienen. De goede rekenaars heb je ook in beeld, maar wat je daar mee moet doen is en blijft lastig voor leerkrachten. Vaak wordt het gezocht in extra materiaal. Dat kan. Maar daar hebben deze kinderen dan weer extra instructie bij nodig. Dit kost tijd en dat heb je als leerkracht vaak niet. Eigenlijk gaat het er om dat je in het bij de convergente differentiatie meer handvatten moet hebben hoe je deze groep bij je instructieles kunt houden. Dit kan namelijk wel. Maar deze kinderen hebben bij de rekenles dan een ander soort opdracht nodig.

De laatste jaren komt er wat meer aandacht voor deze manier waarop dat kan. De taxonomie van Bloom is daar geschikt voor. Dit model werd in 1956 gepubliceerd door de Amerikaanse onderwijspsycholoog Benjamin Bloom. Hij gaat er vanuit dat je iets kunt begrijpen op verschillende niveaus. De vaardigheden zijn geordend in een opklimmende moeilijkheidsgraad. Iedere volgende begripsfase is ingewikkelder en omvat steeds fases. Voor we iets kunnen begrijpen moeten we het ons herinneren, voor we het toe kunnen passen moeten we het begrijpen, enzovoort.

De begripsniveaus zijn:

Kennis  (Je kunt je iets herinneren)
Inzicht (Je kunt informatie opdelen en de onderdelen met elkaar in verband brengen)
Toepassing  (Je kunt informatie gebruiken in een nieuwe situaties en een probleem oplossen)
Analyse  (Je kunt informatie opdelen en de onderdelen met elkaar in verband brengen)
Creatie (Je brengt onderdelen samen tot iets nieuws)
Evaluatie  (Je hebt een beargumenteerd oordeel en een standpunt)

In de jaren negentig heeft Lorin Andersom, een voormalige leerling van Bloom, de taxonomie herzien. Het meeste opmerkelijkste verschil met de oorspronkelijke taxonomie is het verwisselen van de hoogste denkniveaus. Je moet volgens hem eerst kunnen evalueren voor dat je zelf iets nieuws kan creëren (Anderson & Krathwohl, 2011). De niveau indeling ziet er nu als volgt uit:

Onthouden (Kennis, definieer, vertel, beschrijf, benoem, verzamel)
Begrijpen (Interpreteer, vat samen, beschrijf, maak een rangorde groepeer, leg verbanden)

Toepassen (Pas toe, demonsteer, illustreer, toon aan, los op verander, experimenteer, ontdek)
Analyseren (Splits, verdeel, verklaar, geef rangorde, vergelijk, verbindt)
Evalueren (Check voorspel, geef kritiek, experimenteer, besluit, overtuig, beveel aan, vat samen)
Creëren (Ontwerp, bouw, plan, produceer, vindt uit)

Sommige goede rekenaars hebben behoefte aan meer uitdaging, maar ook behoefte aan een andere manier van leren. Bv door bij opdrachten een beroep te doen op de hoogste 3 niveaus( het denken) van de taxonomie van Bloom kom je meer tegemoet aan de leerbehoefte van deze kinderen. Zie hier het onderstaand schema, waarin een opbouw van een vraagstelling wordt getoond.



                                                                     ©Suzanne Sjoers



Als leerkracht kun je nu met deze kennis op een eenvoudige wijze sommen soms zo aanpassen dat goede rekenaars worden uitgedaagd, terwijl ze meedoen bij de normale instructie! Op momenten dat het nodig is kun je kinderen toch in de groep en bij je eigen les houden. Het is geen oplossing, maar een manier tot differentie die tegemoet kan komen aan de onderwijsbehoefte van sterke rekenaars. Als je als leerkracht deze werkwijze onder de knie kunt krijgen is dit toepasbaar bij meer vakken. Dit artikel is bedoeld om je op het spoor te brengen van dit gedachtengoed. Wil je meer weten? Er zijn twee zeer lezenswaardige artikelen die het gebruik van de taxonomie van Bloom bij het rekenen nader uitwerken. Deze kun je via onderstaande link vinden.

Noot januari 2016: Susanne Sjoers heeft nog een artikel geschreven over sterke rekenaars. Ik heb daarover  een vervolg artikel geschreven. Klik hier voor dit artikel. 

vrijdag 10 januari 2014

Rekenspel 35 Racen met ballen

Groep:            2,3,4,5,
Materiaal:       tape of vlechtstroken

                       rietjes en een licht balletje
                       stopwatch, zandloper
Domein:          meten
Doel:               ontwikkelen van tijdsbesef, notatie van tijd
Vorm:              klassikaal,  tweetallen


Maak samen met de kinderen op een groepstafel een parcours. Zie de foto.
Laat de kinderen oefenen met blazen. Het is de bedoeling dat het balletje van de ene kant van de tafel naar de andere kant wordt geblazen. Uiteraard binnen het parcours. Dan start de wedstrijd. Hoe snel kan het kind de bal naar de andere kant van de tafel blazen. Gebruik een stopwatch om de tijd op te nemen. Bij kleuters kun je de kinderen laten tellen.



Tip:
Maak een klassengrafiek en houdt de stand bij. Laat kinderen steeds proberen om hun tijd te verkorten. Bespreek de grafiek in de kring. Wat is de snelste tijd, welke race duurde het langst?

Tip:
Laat kinderen met de zandloper werken, tel hoe vaak je het balletje over het parcours kan laten gaan.

Tip:
Laat kinderen een parcours op de speelplaats tekenen. Spel het spel dan met een voetbal. Wie kan de bal het snelst over het parcours laten gaan?


Tip voor pluskinderen:
Laat kinderen hindernissen bedenken. Bv blazen door een toiletrolletje, tussen twee blokjes door.

Tip voor pluskinderen:
De omvangtafel blijft gelijk:  ontwerp een parcours waar je langer over moet doen. Wat moet er dan gebeuren?


Naar een idee van: Annemarie Winnink @Duizendpootjes

dinsdag 7 januari 2014

Rekenspel 34 Koning keizer admiraal

Groep:             5,6,7,
Materiaal:        3 dobbelstenen, per kind 6 pionnen of fiches 

Domein:           getallen
Doel:                getalbegrip tot 666
Vorm:               twee of- drietallen





De kinderen gooien elk met een dobbelsteen. Degene met de meeste punten mag beginnen te gooien met 3 dobbelstenen. Hij moet proberen een zo hoog mogelijk 3- cijferig getal te gooien, door drie dobbelstenen naast elkaar te plaatsen. Hij krijgt drie kansen, maar mag maar 1 x met 3 stenen gooien, 2 x met 2 stenen en 1 x met 1 steen gooien. Het kind met het hoogste ontstane getal krijgt van elke speler een pion uit de pot. Het spel stopt als een van de kinderen blut is.

Variatie
Gooi met 4 dobbelstenen of 5.

zondag 5 januari 2014

Rekenspel 33 Op zoek naar getallen

Groep:              3,4,5,6
Materiaal:         flap
Domein:           getallen
Doel:                getalbegrip:  inzicht in getalinhouden.
Vorm:               klassikaal



U kiest een getal en schrijft deze midden op de flap. U bespreekt met de kinderen dat ze een week de tijd krijgen om op zoek te gaan naar voorbeelden waarin dit getal wordt gebruikt. Bijvoorbeeld het getal 31.  Kinderen gaan opzoek naar het getal. 31 januari, schoenmaat 31, 31 gram.
U maakt er een weddenschapje van. Als het de kinderen lukt om meer dan 30voorbeelden te verzamelen, dan trakteert u. Bijvoorbeeld op een spelletje. Lukt het de kinderen niet: dan doen ze voor u een klusje.

Juf Floortje Fleskens  werkzaam op Burgemeester van der Puttschool, in Geldrop heeft de foto's van dit spel beschikbaar gesteld.

Tip:
Floortje heeft kinderen eerst de opdracht gegeven om zelf voorbeelden te bedenken en deze te tekenen.











 



donderdag 2 januari 2014

Rekenspel 32 Hebbes

Groep:             2 +,3,4,
Materiaal:        kaarten van 1 tot 10( de aas gebruiken als 1)

Domein:           getallen
Doel:                het automatiseren en memoriseren van het optellen tot 20
Vorm:               tweetallen




De kaarten worden verdeeld onder de kinderen. De kinderen tellen samen tot 3 en gooien een kaart op: wie het eerst het antwoord weet van de som van beiden kaarten samen, zegt : Hebbes en mag de kaarten houden.
Wie de meeste kaarten heeft wint!










Variatie:
Speel het spel alleen met de kaarten 1 t/m 5. Dan blijf je onder het tiental.




Variatie:
Speel voor kinderen die het al goed kunnen in drietallen.

Tip:
Je kunt een zandloper gebruiken om het potje qua tijd af te bakenen. Daarna kan er een nieuw potje worden gespeeld.