vrijdag 30 oktober 2015

50.000 views!!!!!!

In 26 maanden naar 50.000 views. Ik ben er erg trots op! Merk dat het blog aan een behoefte voldoet!  
Op naar de volgende 50.000!


Dank aan alle volgers en lezers voor hun belangstelling!







woensdag 28 oktober 2015

Spreuk 17

"Als je sneller wilt spelen kun je wel harder lopen, maar in wezen bepaalt de bal de snelheid van het spel."

Johan Cruijff



woensdag 14 oktober 2015

Rekenspel 114 Elf

Groep:             2+, 3
Materiaal:        2 dobbelstenen, doppen of  fiches, kastanjes, munten
Domein:           getallen
Doel:                splitsen van het getal elf
Vorm:               in groepjes van 2,3,4


Elke kind neemt 20 tot 30 fiches en zet er 2 in de pot. Dan werpt elk kind om de beurt met de 2 dobbelstenen. Wie elf gooit mag de hele pot nemen, maar bij 12 moet het kind de inhoud van de pot verdubbelen. Bij andere worpen moet het kind het verschil met elf in de pot zetten (5 geworpen = zes inzetten),
Het spel stop als de tijd om is of als een van de kinderen geen fiches meer heeft.

zondag 11 oktober 2015

Automatiseren en memoriseren ( deel 5)

Dit vijfde artikel in deze reeks gaat in op de vraag hoe je als leerkracht zicht kunt houden op waar kinderen nu precies staan.

In het artikel uit Volgens Bartjens over Rekendrempels nemen( Danhof e.a. 2014) worden de profieltoetsen Rekenen besproken. Deze zijn ontwikkeld en gebruikt voor een onderzoek naar het ontstaan van rekenproblemen. En zijn geschikt om te onderzoeken hoe het er voor staat met het automatiseren.
Er wordt uitgegaan van  2 soorten toetsen:
1. screeningstoetsen die bestaan uit representatieve sommen op het niveau van de groepen 3 t/m 7 van het basisonderwijs
2. automatiseringstoetsen, waarmee de vlotte beschikbaarheid van de basiskennis voor het hoofdrekenen wordt getoetst

De screeningstoetsen brengen het kunnen oplossen van de sommen (we noemen dit ‘power’) in beeld, de automatiseringstoetsen zijn gericht op het kennen (‘speed’).
1.Power – de Screeningstoets – als aanvullend hulpmiddel voor de risicogroep. De screeningstoetsen bestaan uit representatieve sommen op het niveau van de groepen 3 tot en met 7 van het basisonderwijs. Ze kunnen aanvullend naast de methodetoetsen en de Cito-toetsen worden gebruikt. De screeningstoets biedt de leerkracht snel een systematisch beeld van achterstanden, hiaten en foutenpatronen. Op basis van het groepsoverzicht of de individuele Profielkaart kunnen nadere observaties en doelen voor herhaalde instructie en oefening worden gepland.

2 Speed – de Automatiseringstoetsen – preventieve functie voor de hele school. De automatiseringstoetsen, meten de vlotte beschikbaarheid van de basiskennis voor het hoofdrekenen. Deze toetsen vormen de kern van het programma. Ze geven de mogelijkheid automatiseringstekorten vroegtijdig te signaleren. Binnen dit project betekent automatiseren: meteen weten. Dit in tegenstelling tot in sommige andere publicaties waarbij ‘automatiseren’ slaat op ‘vlot kunnen uitrekenen’ en memoriseren op ‘meteen weten’. De automatiseringstoetsen (speedtoetsen) zijn eenvoudig af te nemen en verschaffen belangrijke informatie.

De ontwikkelaars van deze toetsen gaan er van uit rekenen stapelen is. Op een eigen profielkaart kan inzichtelijk worden gemaakt hoe de rekenmuur van het kind er voor staat.


Bron:
Danhof, e.a. 2014 Rekendrempels nemen: een goede basis voor het leren hoofdrekenen, Volgens Bartjens jaargang 34 2014/2015, pp 4 - 7
http://www.bareka.nl/  ( hier zijn de toetsen gratis te downloaden)




woensdag 7 oktober 2015

Rekenspel 113 Raar maar waar: Fladdertje op zijn kop

Fladdertje is een 'rare' vleermuis. Hij hangt altijd op zijn kop ... volgens de andere vleermuizen dan. Het heeft natuurlijk ook voordelen: hij vindt sneller een bal terug, hij kan zijn vlieger beter laten vallen, hij kan beter op de kleine vogels passen, en met een jojo spelen kan hij als de beste, ... Slapen is moeilijker, hij slaapt op de grond. Dat lijkt gevaarlijk, maar de vos is er zodanig door in de war, dat hij denkt dat het geen vleermuis is en hem ongemoeid laat. Maar 's nachts, als de vleermuizen vliegen, is er geen verschil. Fladdertje en de anderen vliegen door elkaar en denken alleen aan eten. Een heel origineel boekje over anders zijn en de voordelen ervan. Het is getekend vanuit het perspectief van de vleermuizen: omgekeerd dus!


Raar maar waar?  De wereld op zijn kop. Een al wat ouder boekje, maar in deze kinderenboekenweek goed passend.  Lees het boekje voor en bedenk hoe je de wereld kunt zien als een vleermuis. Misschien kun je in het speellokaal in het wandrek of buiten op het klimrek de kinderen laten ervaren wat je ziet als je op je kop hangt.

Laat kinderen dan op kaartjes stukjes van de omgeving op de kop tekenen. Een uitdaging? Of juist niet? 


Laat de kinderen in tweetallen aan het werk gaan  met de getekende kaartjes. De een houdt het kaartje omhoog, uiteraard op de kop en de ander zoekt in de ruimte waar het getekende zich mogelijk kan bevinden.

Antje Damm (auteur en illustrator )

Kijk voor suggesties ook eens in het boek: Met Rekenogen bekeken van Hanneke Bree.

vrijdag 2 oktober 2015

Rekenspel 112 De schaduw van Jan

Ter ere van de kinderboekenweek "Raar maar waar" een prentenboek met een meetkundig verschijnsel: Schaduw. Als de zon schijnt tijdens de kinderboekenweek een mooi boek om voor te lezen en kinderen te laten experimenteren.

Als het vriendinnetje van Jan niet buiten wil spelen, komt de schaduw van Jan hem gezelschap houden. Alles wat Jan doet, doet zijn schaduw ook; rennen, knikkeren en andere spelletjes. Jans schaduw houdt niet van andere schaduwen, die vindt hij te donker. En als er een felle zon schijnt, kruipt zijn schaduw achter Jan. 's Avonds op zijn kamer, zittend voor het raam, roept Jan zijn schaduw. Wanneer hij zich omdraait, ziet hij dat zijn schaduw al op bed ligt.

"De schaduw van Jan is een origineel verhaal. Alle kenmerken van een schaduw komen in het gesprek tussen Jan en zijn schaduw naar voren. Zo vertelt Jans schaduw dat hij helemaal van Jan is, dat hij op elk moment hetzelfde doet als Jan en dat hij verdwijnt als de zon er niet is of als de lampen uit zijn. Een prentenboek dat kleuters hun eigen schaduw zal laten ontdekken."  


Bron: Leonie Drent

Klik hier voor de digitale versie van het boek

Idee voor een spelmoment naar aanleiding van het boek De schaduw van Jan? 

Zet een stok met een paal op een zonnige plek op het plein.Laat kleuters bedenken waar de schaduw over..... zal zijn. Met stoepkrijt tekenen de kleuters hun idee. Kijk na een tijd weer? Wie had gelijk?

Kinderen weten al heel jong dat hun schaduw niet altijd hetzelfde is: soms is hij kort, soms is hij langer. Door leerlingen te laten onderzoeken hoe schaduwen veranderen in de loop van de dag roepen we vragen op over de beweging van de zon en de aarde ten opzichte van elkaar. Een groot deel daarvan zijn meetkundige vragen. Wanneer we schaduwen als startpunt nemen, koppelen we onderwerpen als het draaien van de aarde en de seizoenen aan een concreet waar te nemen verschijnsel. Waarschijnlijk blijkt dan dat die onderwerpen lastiger zijn dan ze misschien lijken. In de bovenbouwklassen waar we lessen uitprobeerden, verslikten bijna alle kinderen zich in verhalen over het draaien van de aarde, over de baan om de zon, over de afstand tussen aarde en zon, enzovoort. Ook al waren deze onderwerpen op school al verschillende keren aan de orde geweest en ook al hadden de kinderen er via televisie over geleerd, toch kon bijna niemand precies vertellen hoe het zat. Ook voor kleuters is schaduw een interessant verschijnsel. Met hen kun je bespreken wat een schaduw eigenlijk is, en je kunt ze bijvoorbeeld laten experimenteren met een lamp. De constatering dat de zon ook een soort lamp is en dat de zon niet op dezelfde plek blijft staan is voor kleuters al bijna genoeg.


Wil je meer lezen? Klik hier

Bron: Experimenteren in de rekenles  klik hier






zondag 27 september 2015

Automatiseren en memoriseren ( deel 4)

Dit is inmiddels het vierde artikel uit deze reeks. In de vorige artikelen is het verschil tussen automatiseren en memoriseren besproken en hoe de leerkracht dit kan oefenen in de groep. Dit artikel beschrijft welke sommen behoren tot de basiskennis en hoe dit verder geoefend kan worden.

De sommen die de basiskennis vormen, zijn verdeeld over vijf zogenaamde rekendrempels:
Drempel 1: optellen, aftrekken en splitsen tot en met 10, bijvoorbeeld: 4 + 3, 7 − 4, 
8 splitsen in 5 en 3 
Drempel 2: vlot kunnen ‘springen’ op de getallenlijn tot 100.
Drempel 3: optellen en aftrekken over 10 (tot 20), bijvoorbeeld: 8 + 7, 15 − 7.
Drempel 4: bouwsteensommen tot 100, zoals: 47 + 30 en 77 − 30, 28 + 7 en 35 − 7.
Drempel 5: eenvoudige tafels: 2, 3, 4, 5 en moeilijke tafels: 6, 7, 8, 9.

Het vlot kennen (goed beheersen) van de drempels draagt echter in sterke mate bij aan het kunnen oplossen van steeds moeilijker sommen. Tekorten in de basiskennis veroorzaken achterstanden en stagnatie. Anders gezegd: rekenen is stapelen! Voor de leerkracht is het van groot belang zicht te krijgen en te houden op de onderliggende lagen van het muurtje. Rekenproblemen worden vaak veroorzaakt doordat de onderliggende lagen in het rekenmuurtje niet stevig genoeg zijn! Dus niet genoeg zijn geautomatiseerd.

Het is belangrijk het voor het leren van leerlingen, dat ze weten wat ze moeten leren en waarom. (Hattie, 2008) Dat ze weten waar ze ongeveer staan én weten hoe ze zelf verder kunnen werken om hun doelen te bereiken. Als leerlingen meer grip hebben op hun eigen leren en zelf een actieve rol hebben, waarbij  ze niet afhankelijk van de 


leraar zijn, neemt hun motivatie toe. Ook groeit hun zelfvertrouwen als ze zien dat ze vorderingen maken en beseffen dat dat door eigen inspanning komt. Leerlingen die hoge, maar wel realistische, verwachtingen van zichzelf hebben blijken véél hoger te presteren dan wanneer ze geen, of lage verwachtingen hebben.


De SLO heeft Drempelkaarten gemaakt waarop kinderen zelf hun vorderingen kunnen bij houden. Maar ook een serie spellen uitgezocht en uitgewerkt die kunnen gebruikt om extra te oefenen bij het automatiseren en het onderhouden van de geautomatiseerde sommen en precies aansluiten bij de verschillende drempels.

Hattie, J, Visible Learning, Taylor & Francis Ltd,  2008
,

woensdag 23 september 2015

Rekenspel 111 Knikkerspel met eierdozen

Groep:             1,2,3,4,5,6,7,8
Materiaal:        eierdozen en knikkers
Domein:           getalbegrip
Doel:                bewerkingen
Vorm:               tweetallen



Van een eierdoos voor 6 eieren knip je de deksel af. Je maakt de eierdozen aan elkaar vast door een gaatje in de zijkant te prikken en met een touwtje aan elkaar vast te binden. Er ontstaat een rechthoek met 24 vakjes. Je verft 8 vakjes geel, 6 vakjes groen, 6 vakjes blauw en 4 vakjes rood.
Nu kan je met een knikker in de vakjes gooien. Rood levert 4 punten op, blauw 3 punten, groen 2 punten en geel 1 punt. Wie de meeste punten heeft, wint!!
Bron: Jumbo

Variatie:
1. Je kunt ook i.p.v. verven cijfers schrijven in de vakjes van de eierendoos.