"Er zijn mensen die niets met ernst doen,
behalve het spel."
behalve het spel."
Peter Sirius
Getipt door een enthousiaste cursist: Jakkiebak! Kippenkak! Een leuk spel waarmee je ondertussen de rekenvaardigheden automatiseert!
In iedere klas en op elke school zijn kinderen te vinden voor wie het halen van rekendoelen lastig is. Het tempo is voor hen te hoog of de rekenstof te ingewikkeld. Voor de zwakke rekenaars zijn de leerstappen in de methode te groot. Onderzoek wijst uit dat de resultaten van een eigen leerlijn te mager zijn. Wat doet u dan? We gaan in op de vraag hoe u deze kinderen kunt helpen. Uitgangspunt is goed onderwijs! Daarna kijkt u wat extra nodig is door het gebruik van de rekenmodellen. Naast de groep zwakke rekenaars is er een kleine groep kinderen met ernstige rekenproblemen. Voor deze kinderen geldt een andere aanpak. U leert wat het verschil is tussen zwakke rekenaars en kinderen met ernstige rekenproblemen. En de verschillende aanpakken tussen beiden.
Groep: 3,4 
U verdeelt alle kaarten onder de kinderen (ieder
evenveel). De kinderen leggen de kaarten op de kop op de tafel voor hun. De totem (bv.leeg plastic flesje, wc rolletje, bal) wordt in het midden op de
speeltafel gezet. Om de beurt draaien de kinderen de bovenste kaart om. (Er zijn ook
spelvarianten, waar dit tegelijkertijd moet gebeuren.) Als de kinderen een kaart
met dezelfde waarde omdraaien, dan moeten ze snel de totem grijpen.
Het rekenniveau van leerlingen in groep 8 is de afgelopen decennia op bepaalde onderdelen sterk gedaald, in het bijzonder bij vermenigvuldigen en delen met meercijferige getallen (bijvoorbeeld 23×56 en 544÷34). Dit hangt samen met veranderingen in de strategieën die leerlingen gebruiken om opgaven op te lossen: leerlingen beantwoorden vaker opgaven zonder daarbij een berekening te noteren en ze maken daarbij veel fouten. Promovenda Fagginger Auer: ‘We wilden meer inzicht krijgen in deze ontwikkelingen en in mogelijke oplossingen. Ons onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om de oplossingsstrategieën van kinderen te bestuderen. Ook toont het aan dat kinderen baat kunnen hebben bij het opschrijven van hun berekeningen, vooral de kwetsbare groep zwakkere rekenaars.’